Mentaal Welzijn

Vaders krijgen ook een dip na de bevalling

· 4 min leestijd

Iedereen weet dat een kersverse moeder na de bevalling een dip kan krijgen. Weinig mensen weten dat dit ook voor vaders geldt. Onderzoek laat zien dat tussen de 8 en 13 procent van de vaders in de maanden na de geboorte kampt met depressieve klachten, ongeveer twee keer zoveel als bij mannen zonder pasgeboren kind. Toch checkt bijna niemand hoe het met de vader gaat.

Je bent echt niet de enige

Een grote meta-analyse van bijna 21.000 vaders, gepubliceerd in Journal of Affective Disorders, vond dat de klachten pieken tussen de derde en de negende maand na de geboorte. Dat is precies het moment waarop de aandacht van de omgeving allang is verschoven naar de baby en de partner. De kraamzorg is voorbij, het bezoek is uitgeraasd, en de vader die "het toch prima doet" krijgt geen enkele vraag meer.

Krijgt de moeder ook een postpartum depressie, dan loopt het risico voor de vader op tot 25 tot 50 procent. Dat is geen toeval: als de ene ouder minder slaapt, meer stress heeft en zich minder gesteund voelt, trekt dat de ander vrijwel altijd mee. Het Trimbos-instituut noemt 5 tot 10 procent als wereldwijd gemiddelde, met de kanttekening dat onderzoek naar vaders nog in de kinderschoenen staat. De kans is groot dat het werkelijke aantal hoger ligt dan wat er nu gemeten wordt.

Waarom het er bij vaders anders uitziet

Een postpartum dip bij mannen oogt zelden als verdriet. Vaders worden vaker kortaf, prikkelbaar en ongeduldig, of ze storten zich juist volledig op werk om maar niet thuis te hoeven zijn. Dat past bij wat we eerder schreven over depressie bij mannen: het oogt als boosheid, niet als somberheid, en daardoor wordt het zelden herkend als wat het is.

Andere signalen: slecht slapen terwijl de baby wél doorslaapt, geen zin meer hebben in dingen die eerst wel leuk waren, jezelf terugtrekken uit vriendschappen, of steeds het gevoel hebben dat je tekortschiet. Niks daarvan schreeuwt "depressie", en dat is precies het probleem.

Waarom niemand het vraagt

Kraamzorg, verloskundige en huisarts screenen standaard op depressieve klachten bij de moeder. Voor vaders bestaat zo'n screening in Nederland niet. Er is geen vast moment waarop iemand vraagt hoe het echt met je gaat, dus moet je het zelf aankaarten. En dat is nou net waar veel mannen op vastlopen: de juiste woorden voor wat je voelt ontbreken vaak simpelweg, zeker als je zelf ook nog denkt dat je "gewoon moe" bent.

Daar komt bij dat vaderschap cultureel nog steeds wordt neergezet als een rol waarin je stevig staat voor je gezin. Toegeven dat je het zwaar hebt terwijl je partner net is bevallen, voelt voor veel mannen als je beurt niet nemen. Het omgekeerde is waar: een vader die zelf overeind blijft, kan er ook daadwerkelijk voor zijn partner en kind zijn.

Wat het risico groter maakt

Een eerdere depressieve periode in je leven is de sterkste voorspeller. Ook een moeizame zwangerschap, financiële stress, weinig slaap over een langere periode en het gevoel er alleen voor te staan, spelen mee. Herkenbaar is ook de sluipende manier waarop een burn-out bij mannen zich opbouwt: je merkt het zelf het laatst, omdat doorgaan nu eenmaal is wat je gewend bent.

Bijzonder is de fysieke kant: onderzoek van de Northwestern University laat zien dat testosteronniveaus bij jonge, betrokken vaders dalen in de eerste maanden na de geboorte. Een direct oorzakelijk verband met depressie is nog niet vastgesteld, maar het onderstreept wel dat vaderschap ook lichamelijk iets met je doet, niet alleen mentaal. Slaaptekort versterkt dat effect: na een paar weken van nachten van twee tot drie uur aan een stuk reageert je lichaam vergelijkbaar als bij chronische stress, met een hoger cortisolniveau en minder herstel overdag.

Ook de timing speelt mee. Waar de eerste weken nog vol adrenaline en bezoek zitten, valt na een paar maanden de aandacht van de omgeving stil terwijl de belasting juist toeneemt: minder slaap stapelt zich op, terugkeer naar werk voegt druk toe, en de relatie met je partner verandert onder de streep. Precies in dat gat, tussen de derde en negende maand, slaat een dip het vaakst toe.

Dit is wat je nu al kunt doen

Zeg het hardop tegen iemand, ook al voelt het als klagen terwijl je partner net is bevallen. Tegen je partner, een vriend, of gewoon je huisarts: "Ik voel me al een tijdje niet mezelf." Die ene zin opent meestal meer dan je verwacht.

  • Ga langs de huisarts als de klachten langer dan twee weken aanhouden, ook zonder duidelijke aanleiding.
  • Praat met je partner over wie wanneer slaapt, in plaats van er stilzwijgend van uit te gaan dat jij het wel redt.
  • Zoek bewust contact met andere vaders. Isolatie is een van de sterkste versterkers van een dip.
  • Let extra op als je partner ook kampt met een postpartum depressie: dan is de kans op klachten bij jou zelf fors hoger.

Waarom dit gesprek nu hoort te beginnen

Zolang niemand naar vaders vraagt, blijft het onzichtbaar. Dat verandert niet vanzelf via een folder in de kraamtas, maar wel als vaders onderling normaal beginnen te praten over hoe zwaar die eerste maanden soms zijn. De volgende keer dat een vriend net vader is geworden, vraag dan niet alleen hoe de baby slaapt. Vraag ook gewoon hoe het met hém gaat.

L
Geschreven door Lars Brouwer Lifestyle redacteur

Lars was personal trainer met een volle agenda totdat zijn eerste kind werd geboren en hij ontdekte dat het combineren van fitness, werk en gezinsleven een sport op zich is. Hij schrijft over fitness, relaties en gezinsleven vanuit de praktijk, met alle chaos en compromissen die daarbij horen — zoals die keer dat hij zijn dumbells moest verruilen voor een kinderwagen als trainingsgewicht. Hij combineert zijn kennis als personal trainer met de dagelijkse realiteit van een vader die weet dat slaapgebrek de echte vijand is, niet een gebrek aan motivatie. Zijn stukken zijn herkenbaar voor elke man die probeert alles in balans te houden en eerlijk genoeg om toe te geven dat die balans een mythe is. Lars gelooft dat het leven als vader en partner de beste training is die je kunt krijgen, ook al staat het in geen enkel schema.